Rond een uur of drie zakt bij veel mensen de fut weg. De concentratie verdwijnt, de hand gaat naar de koekjestrommel en de laatste uren van de dag voelen zwaar. Vaak zit de oorzaak niet in die middag zelf, maar in kleine gewoontes eerder op de dag. Daar valt met eenvoudige aanpassingen veel te winnen.
Weinig dingen bepalen je energie zo sterk als slaap. Een vast tijdstip om naar bed te gaan en op te staan helpt je lichaam in een ritme te komen, ook in het weekend. Leg je telefoon een tijdje voor het slapen weg en houd de slaapkamer koel en donker. Koffie laat in de middag kan ervoor zorgen dat je moeilijker in slaap valt, dus het loont om na de lunch over te stappen op iets zonder cafeïne.
Een zware lunch maakt loom. Een maaltijd met groente, volkoren producten en iets van eiwit geeft een gelijkmatiger gevoel dan een snelle hap met veel suiker. Vergeet ook het drinken niet. Wie te weinig water drinkt, merkt dat vaak aan een dof hoofd. Een fles of kan op je bureau is de simpelste geheugensteun.
Lang stilzitten maakt moe, hoe gek dat ook klinkt. Korte onderbrekingen werken beter dan één lange pauze. Denk aan:
Daglicht verdient een aparte vermelding. Het helpt je biologische klok, zeker in de donkere maanden. Een werkplek bij het raam of een wandeling in de ochtend maakt dan verschil.
Probeer niet alles tegelijk te veranderen. Kies één gewoonte, houd die een paar weken vol en kijk wat het doet. Blijf je ondanks goede nachten en een regelmatig leven lange tijd moe, bespreek dat dan met je huisarts.